Hoge bloeddruk, ook wel hypertensie genoemd, is een aandoening waarbij de druk van het bloed tegen de wanden van de bloedvaten te hoog is. Dit komt voor wanneer de systolische druk hoger is dan 140 mmHg en/of de diastolische druk hoger dan 90 mmHg. Behandeling is essentieel omdat langdurig hoge bloeddruk het risico op hartinfarct, beroerte en andere hart- en vaatziekten aanzienlijk verhoogt.
In Nederland worden verschillende medicijngroepen gebruikt voor de behandeling van hypertensie:
Naast medicatie zijn gezonde voeding, regelmatige beweging, beperking van zoutinname en matig alcoholgebruik belangrijk. Mogelijke bijwerkingen zijn duizeligheid, vermoeidheid en bij ACE-remmers een droge hoest. Regelmatige controles van bloeddruk en nierfunctie zijn noodzakelijk voor optimale behandeling.
Cholesterol is een vetachtige stof die belangrijk is voor het lichaam, maar te hoge waarden kunnen leiden tot hart- en vaatziekten. Er zijn twee hoofdtypen: LDL-cholesterol (het 'slechte' cholesterol) dat zich kan ophopen in de bloedvaten, en HDL-cholesterol (het 'goede' cholesterol) dat overtollig cholesterol afvoert. Een LDL-waarde boven 3,0 mmol/L wordt als verhoogd beschouwd.
Statines zijn de meest voorgeschreven medicijnen voor hoog cholesterol in Nederland:
Medicatie wordt overwogen wanneer dieet en beweging onvoldoende effect hebben, vooral bij patiënten met verhoogd cardiovasculair risico. Belangrijke aandachtspunten zijn regelmatige controle van leverfunctie en het monitoren van mogelijke spierklachten. Bij ernstige spierpijn moet direct contact worden opgenomen met de behandelend arts.
Hartfalen is een chronische aandoening waarbij het hart niet meer in staat is om voldoende bloed door het lichaam te pompen. Er bestaan verschillende vormen van hartfalen, waaronder systolisch hartfalen (verminderde pompkracht) en diastolisch hartfalen (verminderde vulling van het hart). Ook onderscheiden we acute en chronische vormen, waarbij de ernst en snelheid van ontstaan kunnen variëren.
De behandeling van hartfalen bestaat uit een combinatie van verschillende medicijnen die elk een specifieke functie hebben:
Deze medicijnen kunnen de symptomen aanzienlijk verbeteren en de levensverwachting verlengen. Patiënten ervaren vaak minder kortademigheid, vermoeidheid en vochtophoping. Het is cruciaal dat de dosering nauwkeurig wordt gevolgd, aangezien zowel te weinig als te veel medicatie ernstige gevolgen kan hebben. Regelmatige controles bij de apotheek en arts zijn daarom essentieel voor een optimale behandeling.
Hartritmestoornissen zijn afwijkingen in het normale hartritme waarbij het hart te snel, te langzaam of onregelmatig klopt. Boezemfibrilleren is de meest voorkomende vorm, waarbij de boezems chaotisch samentrekken. Andere ritmestoornissen omvatten ventriculaire tachycardie, bradycardie en extrasystolen. Deze aandoeningen kunnen leiden tot verminderde pompfunctie en verhoogd risico op bloedstolsels.
Voor de behandeling van hartritmestoornissen worden verschillende antiarrhythmica ingezet:
Bij boezemfibrilleren is antistollingsmedicatie vaak noodzakelijk om trombose te voorkomen. Moderne middelen zoals Apixaban en Rivaroxaban bieden voordelen boven traditionele Warfarine door minder interacties en geen INR-controles. Bij Warfarine-gebruik zijn regelmatige bloedcontroles (INR-waarden) essentieel om de juiste balans tussen stollings- en bloedingsrisico te waarborgen.
Angina pectoris veroorzaakt pijn of druk op de borst bij inspanning doordat de kransslagaders vernauwd zijn door atherosclerose. Deze aandoening beïnvloedt miljoenen mensen wereldwijd en vormt een belangrijke oorzaak van hart- en vaatziekten. De klachten treden meestal op bij lichamelijke of emotionele inspanning en nemen in rust of na nitroglycerine af.
Voor acute aanvallen worden snelwerkende nitraten gebruikt die de bloedvaten verwijden en de zuurstoftoevoer naar het hart verbeteren. Bij langdurige of terugkerende klachten kan isosorbidemononitraat als onderhoudsbehandeling worden voorgeschreven om de frequentie en ernst van aanvallen te verminderen.
Preventieve behandeling richt zich op het verminderen van risicofactoren en het stabiliseren van plaques. De medicamenteuze aanpak omvat:
Bij hevige of veranderende pijn, pijn die langer dan enkele minuten aanhoudt of gepaard gaat met zweten, misselijkheid, kortademigheid of bewustzijnsverlies, moet direct medische hulp worden ingeroepen vanwege een mogelijke hartinfarct. Verder kunnen invasieve procedures zoals dotteren (PCI) of bypass-chirurgie noodzakelijk zijn bij ernstige vernauwingen.
Roken stoppen, gezond eten, regelmatige beweging en gewichtsbeheersing blijven essentieel om klachten te verminderen en verdere hartschade te voorkomen. Deze maatregelen werken synergetisch met medicamenteuze behandeling.
Preventie van hart- en vaatziekten is de hoeksteen van moderne cardiologische zorg en richt zich op het systematisch aanpakken van modificeerbare risicofactoren. Een proactieve benadering kan het risico op cardiovasculaire gebeurtenissen aanzienlijk verlagen.
Primaire preventie richt zich op het voorkomen van hart- en vaatziekten bij mensen zonder bekende cardiovasculaire aandoeningen. De belangrijkste pijlers zijn:
Lage dosis aspirine wordt algemeen gebruikt als secundaire preventie na een hartaanval of dotterbehandeling om nieuwe bloedstolsels te voorkomen. Voor primaire preventie geldt echter terughoudendheid vanwege verhoogd bloedingsrisico; dit wordt per persoon afgewogen op basis van individuele risicofactoren en leeftijd.
Bij hoog risico of na een stent kan combinatietherapie (dubbele plaatjesremming) tijdelijk nodig zijn. Deze behandeling combineert aspirine met clopidogrel of een ander plaatjesremmer voor optimale bescherming tegen trombose.
Medicatietrouw is cruciaal voor effectieve preventie: het niet regelmatig innemen van voorgeschreven middelen verhoogt het risico op ernstige cardiovasculaire gebeurtenissen significant. Regelmatige controles bij de huisarts of cardioloog zijn belangrijk om bloeddruk, cholesterolwaarden, nierfunctie en eventuele bijwerkingen te controleren en de behandeling aan te passen op basis van veranderende risicofactoren en nieuwe wetenschappelijke inzichten.